Afscheid van de Walrus
Op 12 oktober 2026 heeft de voormalige onderzeeboot Walrus de marinehaven van Den Helder voorgoed verlaten. Daarmee komt na ruim drie decennia een einde aan het bestaan van de onderzeeboot die naamgever werd van de Walrusklasse. De Walrus werd al op 12 oktober 2023 officieel uit dienst gesteld. Sindsdien heeft de boot nog een demontageperiode doorlopen.Hierbij zijn bruikbare onderdelen en reservedelen van boord gehaald, zodat deze eventueel nog kunnen worden gebruikt voor de overige onderzeeboten van de Walrusklasse. Na afronding van deze werkzaamheden was het vandaag tijd voor het definitieve vertrek uit Den Helder.De geschiedenis van de Walrus kent een bijzonder begin. Tijdens de bouw werd de onderzeeboot getroffen door een grote brand, waardoor de oplevering aanzienlijke vertraging opliep. De Zeeleeuw kwam daardoor eerder in dienst, op 25 april 1990, terwijl de Walrus pas op 25 maart 1992 volgde. Ondanks deze opmerkelijke volgorde bleef de naam Walrusklasse gehandhaafd.De vier onderzeeboten van de klasse – Walrus, Zeeleeuw, Dolfijn en Bruinvis – hebben jarenlang een belangrijke rol gespeeld binnen de Koninklijke Marine. De boten werden onder meer ingezet voor verkenning, inlichtingenverzameling en speciale operaties en stonden bekend om hun stille en moeilijk detecteerbare optreden onder water.Met het vertrek van de Walrus blijven de Dolfijn , Bruinvis en Zeeleeuw voorlopig nog in dienst. Zij zullen de Nederlandse onderzeebootcapaciteit de komende jaren op peil houden, totdat de nieuwe Orkaklasse geleidelijk haar intrede doet.Het vertrek van de Walrus betekent daarmee niet alleen het einde van een onderzeeboot, maar ook een tastbaar moment in de overgang van de vertrouwde Nederlandse Walrusklasse naar een nieuwe generatie Franse onderzeeboten.